Over Ellen

Ik ben in 1962 in Haarlem geboren. Ik groeide op in Bloemendaal in een huis met een rieten dak. Aan de ene kant van het huis lag het bos, aan de andere kant was een groot weiland, water en koeien. Ik speelde graag buiten, maar toen ik eenmaal kon lezen deed ik dat het allerliefste. Ik weet nog hoe trots en gelukkig ik was dat ik van letters woorden kon maken en van woorden zinnen. Nu kon ik net als mijn oudere broer en zussen lezen! Samen met mijn hartsvriendin op de lagere school, Annelie, deed ik van alles, maar het liefst gingen we lezen, schrijven of naar de bibliotheek. Ook ging ik vaak met mijn moeder naar de boekwinkel. Dat was nog fijner, want dan mocht ik een boek uitzoeken en houden. Ik las overal: aan tafel, in bed, op de grond, op het gras, op de schommel, voor de televisie, in de auto (maar dat mocht niet van mijn zus, dan werd ze misselijk) en ’s avonds las ik vaak mijn kleine broertje voor. Meestal kwam onze hond Joep er ook bij liggen.

Ellen in 1973

Ellen bijna 11

Ik sliep samen met mijn twee oudere zussen op een niet al te grote kamer. Mijn vader was architect en hij had drie bedden voor ons ontworpen die in de kamer pasten: een hele lage, een iets hogere die met het voeteneind over de andere stak en mijn bed was het hoogste en dat lag weer dwars over de andere twee. Ik lag dus tussen mijn zussen in. Als ze uit waren geweest, vertelden ze elkaar ’s nachts – als ze dachten dat ik sliep – van alles en dat was best spannend, want ze hadden al vriendjes toen ik nog op de lagere school zat.

Op onze slaapkamer stond een grote boekenkast met een oranje gordijn ervoor. Onderaan stonden de kinderboeken, bovenaan de boeken van mijn vader en daar konden wij niet bij. Ook beneden stonden veel boeken, want ook mijn ouders lazen en lezen veel. Dat heb ik dus vast geërfd.

Ik woon nu alweer meer dan 25 jaar in Amsterdam. Daar ben ik gaan wonen omdat ik Nederlands ging studeren. Als ik naar buiten kijk zie ik vooral bakstenen en auto’s, maar gelukkig ook wel wat bomen en mijn balkon staat vol met planten. Natuurlijk mis ik de natuur, het strand en de rust wel. Maar hier is het ook hartstikke leuk, dus ik blijf nog wel even. Ik woon al ruim dertien jaar samen met mijn geliefde R. Hij heeft een lieve, vrolijke dochter die net kon lezen toen ik haar leerde kennen en nu dus al bijna volwassen is. Ik werk drie dagen per week als (eind)redacteur bij de Universiteit van Amsterdam, en de andere dagen schrijf ik. We hebben een kat, die heet Poes.

Voor inspiratie hoef ik niet ver te zoeken. Ik weet nog goed hoe ik zelf als kind was, de dochter van mijn geliefde woont bij ons, en ik heb een hele hoop nichtjes en neefjes die ook regelmatig bij ons logeren en mij van alles vertellen of mailen.

Ik lees nog steeds veel, ook kinderboeken. En sinds ik heb ontdekt hoe leuk het is om zelf voor kinderen te schrijven, ben ik ook lessen gaan volgen bij de kinderboekenschrijfster Mirjam Oldenhave (die ken je misschien wel van Donna Lisa, de Rolling Bones, Mees Kees, Belly B enz).  Over mijn boek Jade bijna elf zei ze steeds: ‘Echt waar, dit boek moet er komen. Ik denk dat bovenbouwmeiden ervan zullen smullen.’

Schrijven voor kinderen vind ik ontzettend leuk. Ik schrijf graag zo helder en begrijpelijk mogelijk, maar je mag best wat nieuwe woorden tegenkomen die je niet kent. Kijk maar in het woordenboek wat ze betekenen of vraag het aan je ouders of op school.

Als kind maak je heel wat mee. Niet alles wat je overkomt is even leuk en je hebt er meestal niet om gevraagd. Maar het is niet anders, je zult het ermee moeten doen. En hoe vervelend sommige dingen ook zijn of lijken, je kunt er ook veel van leren. Daarover schrijf ik graag. Ik hoop dat jullie net zo van lezen houden als ik, want wie schrijft wil gelezen worden.

Copyright © 2008-2012 Ellen Stoop.